Maandag 08 dec 2014 -- Richtlijnen voor spots invoeren in Somda

8 december 2014: Wijziging invoerrichtlijn museummaterieel.
26 oktober 2014: invoer Linten Veolia.
28 november 2013: kleine aanpassing v.w.b. extra info bij spots (zie tweede alinea onder Invoerformaat) en richtlijn toegevoegd m.b.t. ICR-stammen met nieuwe nummering (zie onder Posities).
16 september 2012: Richtlijn m.b.t. invoeren BRENG GTW's toegevoegd
11 augustus 2012: Algemeen punt 1 aangepast.
22 december 2011: Richtlijn m.b.t. treinen zonder treinnummer gewijzigd.
27 september 2011: Richtlijn voor Veolia GTW's aangepast in verband met overlap DDZ.
31 maart 2011: Richtlijn voor Mat'24-stel NSM aangepast, richtlijn mP_Jules verwijderd.

Voor het invoeren van spots in Somda zijn de onderstaande richtlijnen opgesteld. Vragen en opmerkingen erover zijn welkom in het forum.

Inhoudsopgave van het overzicht

Algemeen
Invoerformaat
Posities
Treinen zonder treinnummer
Buitenlands materieel
Enkele aparte gevallen
Materieel met speciale invoer
Musea


Algemeen

- Voer altijd uitsluitend en alleen in wat je daadwerkelijk ter plaatse hebt zien vertrekken of doorkomen of op een eindpunt hebt zien aankomen. Invoeren wat je gezien hebt op webcams is niet toegestaan, ook al is het duidelijk wat het is.
- Mogelijk foute spots worden gemeld in de "Foute spots"-discussies in het forum, het is daarom van belang deze te volgen.
- Spotten is geen wedstrijd, het is dan ook niet toegestaan deze te organiseren via Somda en/of te koop te lopen met het aantal spots via het forum.
- De eerste spots van iedereen worden gecontroleerd op een juist invoerformaat, zodra blijkt dat correct wordt ingevoerd valt de controle weg.
- Meer informatie over goederen- en reizigersmaterieel en de invoer daarvan is te vinden in de aparte berichten daarover. Enkele speciale gevallen die daarbuiten vallen zijn onderaan dit bericht opgenomen. Bij onbekend treinnummer: zie Treinen zonder treinnummer.


Invoerformaat

Selecteer bij het invoeren eerst datum en locatie behorend bij de spots. Standaard zet Somda de huidige datum neer, die om middernacht verspringt. Bij het invoeren van spots van een andere dag moet je de datum zelf wijzigen. Let hier vooral op bij invoeren na middernacht: de datumgrens voor invoer ligt op 02.00 uur; bij het nachtnet zijn de treinen 21405 (Gvc-Rtd) en 1410 (Gvc-Ut) de eerste treinen die bij de volgende dag horen. De spotlocatie kan in een typveld worden ingevoerd, de gebruikelijke verkortingen worden gebruikt. Ze zijn opgenomen in de lijst met verkortingen.

Hierna kunnen in het invoerveld de echte spots worden getypt. Hierbij dient de volgende layout aangehouden te worden:
Materieelnummer (spatie) treinnummer (spatie) positie (spatie) extra informatie
Posities zijn niet altijd van toepassing, meer daarover verderop in dit bericht.
In de extra informatie kan zinnige informatie worden toegevoegd aan een spot, bijvoorbeeld een (grotere) vertraging, het locnummer van een DD-AR- stam en evt. afwijkende route en/of eindbestemming. Bij de extra informatie zijn geen pipelines ( | ) en geen quotes ( " en ' ) toegestaan!
In de module Mijn spots kan een spot achteraf worden bewerkt. Hier bevindt zich ook een veld Verborgen informatie: dit is bestemd voor (persoonlijke) informatie die niet relevant is voor overige gebruikers.
Een voorbeeld van een correcte invoer zou bijvoorbeeld zijn:
801 7525 V +15
927 7525 A +15
Na het intypen kunnen de spots worden ingevoerd door te klikken op de knop Spots opslaan.

Geavanceerde invoer: Het is mogelijk om in ��n keer op meerdere locaties in te voeren. Om dit te doen kun je bij de betreffende spots de verkorting van de locatie tussen pipelines ( | ) opnemen, dus bijvoorbeeld |Asd|. De locatie mag op elke positie, behalve achter de extra info, mits gescheiden van de overige items door spaties. Bij regels waar geen spotlocatie staat vermeld wordt automatisch de spotlocatie gebruikt die je hebt aangegeven in het normale keuzeveld.


Posities

Treinen die bestaan uit slechts ��n materieeleenheid hebben geen positie, bij meerdere materieeleenheden worden er wel positieaanduidingen gebruikt. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen treinstellen en getrokken treinen. In alle gevallen geldt dat de posities bij vertrek van de trein moeten worden aangehouden (uitzondering hierop is invoeren van een spot op het eindpunt van een trein).

Bij treinstellen worden de volgende posities gebruikt:
V = voorste treinstel
M = middelste treinstel (bij drie treinstellen)
A = achterste treinstel
2, 3, 4 = tweede, derde, vierde treinstel, wordt gebruikt indien er vier of meer stellen aanwezig zijn. Voorste en achterste stel blijven wel V en A.
De treinstammen VIRM en DD-AR worden voor invoer gezien als treinstellen. De loc 1700 maakt bij DD-AR onderdeel uit van de stam (74**) en hoeft niet apart ingevoerd te worden. Wel kan het nummer van de loc als extra informatie bij de spot worden opgeslagen. Een losse mDDM wordt niet ingevoerd, in een stam mag deze bij de extra informatie.

Bij getrokken treinen werken de posities iets anders: indien er ��n loc in de trein aanwezig is krijgt die geen positie, ongeacht of die trekt of duwt. Eén uitzondering hierop: de trek/duw-stammen ICR hebben sinds september 2013 een nummer voor de gehele stam. Dit betreft 157xx voor de zevendelige en 151xx voor de negendelige. Hier worden de posities V en A bij de loc gebruikt om te kunnen aanduiden of de trein getrokken of geduwd wordt. Dit gaat in per 1 december 2013.
Voor het overige geldt voor de locomotieven:
V = voorste loc (bij meer dan 1 loc)
M = middelste loc (indien er drie locs v��r de trein staan)
A = achterste loc (die v��r de trein staat)
L = loc achterop de trein (in het uitzonderlijke geval dat meerdere locs achterop de hangen, krijgen alle locs positie L, met in de opmerkingen een nummer om de volgorde van de locs aan te duiden).
De treinen die bestaan uit ICK, ICR, DDM-1, ICL en IR-rijtuigen kennen daarnaast ook posities voor de rijtuigstammen. Deze rijtuigstammen worden oplopend genummerd in de volgorde waarin ze rijden, te beginnen bij 1.
De 140-stammen worden als ��n geheel gezien en ingevoerd met positie 1; het in te voeren nummer is bij de 140 dat van de ARkimbz (bistrorijtuig). Dit nummer wordt als volgt afgeleid: ARkimbz 266.7 61 80 85-91 711-9 wordt voor invoer 85.711.
Bij de Benelux-stammen wordt het 4700-nummer ingevoerd zoals bij ICRm. Het nummer van het 4700-nummer ontstaat uit de BD. Spots van Prio-stammen voor 5 oktober 2010 dienen met het stamnummer 4900 ingevoerd te worden.
Bij de ICL stammen die in de 1500 rijden, worden de locs ingevoerd als V en L.
Bij overige treinen wordt alleen de loc ingevoerd.

Als treinstellen gesleept worden door een loc, dan krijgen de treinstellen posities zoals bij rijtuigen. Hierdoor ontstaat er geen overlap in posities als er meer dan 1 loc voor de trein staat. Als er geen treinnummer bekend is, dan wordt er voor het treinnummer CARGO gebruikt en niet LM, aangezien een dergelijk treinstel ook met een goederentrein overgebracht kan worden. Voor de volledigheid: als het ene treinstel een ander treinstel sleept zijn de gewone treinstelposities van toepassing.


Treinen zonder treinnummer

Er zijn gevallen denkbaar waarbij er geen treinnummer bekend is van een trein of waarbij een bepaald voertuig ergens stilstaat. Invoer hiervan is indien gewenst mogelijk, mits de volgende richtlijnen in acht genomen worden:
- Treinstellen of locs die op een opstelterrein staan en waarbij onbekend is van welke trein ze afkomstig zijn, kunnen worden ingevoerd als geen dienst (GDST)-spots met de tijd als extra informatie.
Materieel dat terzijde staat en niet verandert van spotlocatie mag per gebruiker maximaal 1 keer per maand ingevoerd worden als GDST om een waslijst aan dezelfde spots te voorkomen. Als opmerking kan "terzijde" toegevoegd worden. Regel geldt met ingang van 1 mei 2009.
Daarnaast kan het voorkomen dat materieel op opstelterreinen bezig is met rangeren (invoeren als RG), tanken (invoeren als T) of wassen (invoeren als W). Posities kunnen hierbij ook worden gebruikt. Als het opstelterrein geen eigen afkorting heeft, kies dan de locatie van het bijbehorende station en zet de naam van het opstelterrein ook in de extra informatie.
- Treinen waarvan je het nummer niet of niet zeker weet, worden ingevoerd met een code die het soort trein aangeeft. Evt. vermoedens van treinnummer mogen in de extra info vermeld worden. De codes: voor goederentreinen is dit CARGO, losse loc treinen zijn LLT, reizigerstreinen REIZ en leeg materieeltreinen worden ingevoerd als LM. Voor meet- en werktreinen kunnen eventueel de codes MEET en WTR gebruikt worden. Als scheiding tussen WTR en CARGO kan worden aangehouden dat op een buitendienstgesteld traject werktreinen rijden, overbrengingen over het net gaan dan gewoon als CARGO. In al deze gevallen geldt dat � bij iedere positie � tijd en richting als extra informatie moeten worden opgeslagen; bij goederentreinen moet ook het soort trein worden ingevoerd als extra info. Het bijvoegen van deze info is van belang, enerzijds om de spot nuttig te maken, anderzijds om wellicht nog een treinnummer te kunnen achterhalen. Zonder bovenstaande info wordt dat nagenoeg onmogelijk.


Buitenlands materieel

Er zijn twee categorie�n buitenlands materieel. De eerste categorie is het materieel dat in Nederland verder rijdt dan het grensstation. Het volgende materieel behoort tot deze categorie: ICE- en Thalys-treinstellen, NMBS-loks van de reeksen 11.8 en 28 en de loks van goederenvervoerders die in het betreffende overzicht genoemd staan. Dit materieel mag te allen tijden ingevoerd worden, ook als het in het buitenland een binnenlandse trein rijdt, of als het in het buitenland als GDST gespot wordt. Al het materieel dat niet genoemd is, valt onder de tweede categorie. Dit materieel komt hooguit tot de grensstations. Dit materieel mag alleen dan ingevoerd worden als het gespot wordt met een trein van of naar Nederland, of als het in Nederland als GDST gespot wordt. Verder geldt dat Es, Hrl en Mt de grensstations zijn, dus niet Ese, Gbr, Lg of Edn.


Enkele aparte gevallen

Er zijn enkele aparte gevallen die van belang kunnen zijn bij het invoeren, die hieronder kort worden behandeld:
- Bij een verstoring (dus niet geplande werkzaamheden) of volledige materieelwissel onderweg kan het treinnummer gewijzigd worden. Veelal wordt in zo'n geval het originele treinnummer aangevuld tot zes cijfers door het voorvoegsel 3, 30 of 300. Het 30xxxx-nummer wordt meestal gebruikt voor het tweede gedeelte van de verbinding, dus bij een verstoring Ut-Asd wordt het 3000 Nm-Ut, 303000 Asd-Hdr, 3000 Hdr-Asd en 303000 Ut-Nm. Gelieve indien bekend het deeltraject als extra info te vermelden.
N.B.: het gaat hier om stelregels, afwijkingen zijn mogelijk!
- De series 3000 en 3100 komen onder hetzelfde treinnummer tweemaal langs locaties Ahb en Ahwa. Bij treinen met meerdere posities leidt dit tot onduidelijkheid, daarom het verzoek deze treinen in te voeren op locaties waar de trein maar eenmaal voorbij komt � Ah (posities zoals bij vertrek), Ahz of Otb dus.
- Hetzelfde geldt voor een aantal cargo's te Zl, de treinen van On naar Bh maken kop te Zlr en passeren Zlgea en Zl dus 2x. Aangezien de samenstelling van deze treinen te Zlr nog wel eens wijzigt (loc erbij of eraf) het verzoek om deze treinen uitsluitend te Hea (ri On), te Wh (ri Dv) of Zlr (posities bij vertrek!) in te voeren, ook als je maar ��n loc in de trein ziet.
LET OP: regelmatig wordt de samenstelling van deze treinen te Zlr gewijzigd.
- Opgeheven treinen kunnen niet onder dat nummer worden ingevoerd, omdat de trein nooit gereden heeft. Invoer is mogelijk onder het aankomende treinnummer met als opmerking dat de tegentrein niet gereden heeft, anders als GDST met bijbehorende extra info.
- In het geval van treinstellen of rijtuigstammen waarbij de bakken uit elkaar gehaald zijn, mag het betreffende treinstel alleen dan worden ingevoerd als de A-bak (bij VIRM de AB3/4-bak) gespot wordt, aangezien deze bak in principe het treinstelnummer bepaalt. Een losse B-bak mag nooit ingevoerd worden, aangezien het nummer dat op deze B-bak aanwezig is mogelijk niet meer correct is als gevolg van bakwisselingen. Uitzonderingen: bij Prio-rijtuigen is het nummer van de BD bepalend en worden de A-rijtuigen nooit ingevoerd. Bij DD-AR is het nummer van het Bvk-rijtuig bepalend en worden de ABv-rijtuigen nooit ingevoerd, maar wordt het Bvk-nummer ook niet ingevoerd als deze niet in een stam gebruikt wordt. Bij de rijtuigstammen uit de serie 140 is het nummer van het ARkimbz-rijtuig bepalend en worden de Avmz-rijtuigen nooit ingevoerd. ICL en CNL/EN worden niet ingevoerd. Bij (sloop)transporten waarbij treinstellen of rijtuigstammen uit elkaar gehaald zijn, wordt de spotpositie van de stammen ten opzichte van elkaar bepaald aan de hand van de A-bakken. Bevat een transport wel B-bakken maar geen A-bak van een bepaald(e) treinstel of rijtuigstam, dan kan dat nummer niet worden ingevoerd.


Materieel met speciale invoer

- Om overlap met ICK-B-rijtuigen te voorkomen dient de Protos van Connexxion als CXX50xx ingevoerd te worden.
- Hetzelfde geldt voor de D-GTW's van Breng: deze dienen ingevoerd te worden als CXX50xx (5041-5049)
- DE1 41: om overlap met Syntus Lint 41 te voorkomen dient DE1 41 als NSM41 ingevoerd te worden.
- Kameel 20: dient te worden ingevoerd als NS20.
- Veolia GTW's: de Veolia GTW's dienen ingevoerd te worden als 7.201-7.206, 7.351-7.360, 7.501-7.505 en 7.651-7.653. De Linten als 7.235 en 7.237. Dit om overlap met de sikken en DDZ te voorkomen.
- Mat'24: de nummers van mat'24 worden vooraf gegaan door letters. Van die letters worden alleen de hoofdletters gebruikt voor invoer, dus niet de volledige aanduiding mC maar alleen C.
Daarnaast wordt mat'24 op twee verschillende manieren ingezet: als zelfstandig rijdend en als rijtuig in (stoom)treinen. Als mat'24 als treinstel rijdt, dan gelden de invoerrichtlijnen voor treinstellen. Als mat'24 wordt ingezet als rijtuig achter een (stoom)loc, dan gelden de invoerrichtlijnen voor rijtuigen. Elk rijtuig wordt daarbij als stam aangemerkt en kan apart ingevoerd worden.
- 2400-locs: Om overlap met de SLT-stellen te voorkomen dient de 2459 ingevoerd te worden als VSM2459 en de 2498 als NSM2498.


Musea

Materieel van musea dat op de eigen lijn rijdt wordt niet ingevoerd, ook als het wel is toegelaten op de hoofdlijn. Dit geldt ook voor de treinen van museumlijnen die op een NS-station worden gespot (SGB in Gs, SHM in Hn, VSM in Apd en Dr, ZLSM in Krd). Treinen van musea buiten de eigen lijn mogen wel ingevoerd worden. Statisch materieel dat niet zonder meer verplaatsbaar is, zoals de 2104 van het NSM en het eigen terrein niet verlaat, mag niet worden ingevoerd. Normaal gesproken worden uitsluitend de locomotieven ingevoerd. De enige uitzondering zijn de rijtuigen mat'24 van de SGB en de VSM, aangezien die ook in treinstelformatie dienst kunnen doen.


Dan nog even specifiek het NSM:

Niet invoeren:
- Stoomlocs m.u.v. 3737. Komen normaal niet op de hoofdbaan.
- Materieel dat gebruikt wordt om te rangeren op het terrein van het NSM. Dit zijn enkele sikken en hippels.
- Rijtuigen. Er zijn geen rijtuigen met stamnummers bij het NSM.

Wel invoeren:
- NSM-mat'24 stel, dus BD9107, C8553 en C8104.
- Materieel dat bedrijfsvaardig is of regelmatig op de hoofdbaan komt, zoals de locs 1202 en 1312 en de treinstellen 114 (plan U) en 386 (mat'54).